1) Algemene principes
Minstens éénmaal per jaar moet de jongerenwerking de inventaris opstellen van alle bezittingen, vorderingen, schulden, rechten en verplichtingen van welke aard ook. De nodige opnemingen, verificaties, onderzoekingen en waarderingen daarvoor worden voorzichtig, oprecht en te goeder trouw verricht. Daartoe maakt de jongerenwerking een volledige lijst van alle fysische bezittingen zoals bijvoorbeeld gronden en gebouwen, installaties, machines en materieel evenals voorraden. Daarnaast moeten ook alle vorderingen, liquiditeiten en schulden nagegaan worden en doe je hetzelfde met de rechten en verbintenissen.
Eenmaal deze lijst wordt opgemaakt waardeer je alle fysische bezittingen rekening houdend met eventuele slijtage. Bovendien gaan jullie na in welke mate de vorderingen inbaar zijn en welke bedragen zullen betaald moeten worden. Je moet dus de waarde meedelen van je computers, muziekinstallatie, drank in voorraad, … Een inventaris is een momentopname waarin je alles wat de jongerenwerking bezit registreert.
2) Wanneer moet de inventaris worden opgesteld?
De inventaris moet minstens éénmaal per boekjaar worden opgesteld op een vrij te kiezen datum, wat meestal de einddatum van het boekjaar is. Dit is de datum waarop de staat van het vermogen moet opgemaakt worden op basis van de inventaris.
3) Wat is het belang van deze inventaris?
Door enkel het overzicht van inkomsten en uitgaven alleen, weten we niet over welke eigendommen, goederen en vorderingen de vereniging beschikt, noch welke schulden zij zal moeten afbetalen. Daarom geeft de inventaris een overzicht op een bepaalde moment van alle bezittingen, schulden en ook rechten en verbintenissen die het jeugdhuis op dat ogenblik heeft. Gezien het totaal van de bezittingen één van de criteria is die determineert of men al dan niet een ‘kleine vereniging ‘ blijft, is de opmaak ervan noodzakelijk. De inventaris wordt op een samenvattende wijze gerapporteerd in de ‘Staat van het vermogen‘.