Op donderdag 10 december stelde Formaat Plus, de diverstiteitswerking van Formaat Jeugdhuiswerk Vlaanderen, zijn visie op allochtoon jeugdwerk voor. Tijdens een debat reflecteerden zowel de jeugdwerksector als politici over de plaats van het allochtone jeugdwerk in Vlaanderen.
Allochtone kinderen en jongeren vinden steeds meer hun weg naar jeugdwerk. Terwijl vele jeugdwerkorganisaties volop zoeken naar manieren om met diversiteit om te gaan, blijven allochtone jongeren niet bij de pakken zitten. Ze nemen zelf initiatief om jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding aan te bieden. Zo ontstonden er de voorbije jaren nieuwe jeugdwerkvormen. Een nieuwe sector zelfs?
Neen, stelt Formaat Plus. Voor hen is het allochtone jeugdwerk geen sector op zichzelf. Het is een wezenlijk deel van het Vlaamse jeugdwerk. Vlaams Parlementslid voor N-VA, Kris Van Dijck is het hiermee eens: “Het is tijd om af te stappen van hokjesdenken. We moeten spreken over jeugdwerk, niet over autochtoon en allochtoon jeugdwerk.”
Vooraleer het allochtone jeugdwerk ten volle deel kan uitmaken van de jeugdwerksector, is er nog veel werk aan de winkel … voor iedereen. “We mogen niet verwachten dat de minderheid de meerderheid moet inhalen om aan hun waarden en normen te voldoen”, zegt Filip Balthau, coördinator van JES Antwerpen, “Integratie is een wederzijds begrip.” Er is nood aan een nieuwe, open visie op jeugdwerk.
Categoriaal én inclusief
In deze nieuwe visie is volgens Formaat Plus plaats voor categoriaal én inclusief werken. Het is belangrijk dat beide bewegingen elkaar versterken, in plaats van naast elkaar te bestaan.
Jeugdwerk van en voor allochtone jongeren moet kunnen. “Want niemand begrijpt de allochtone jongeren beter dan de allochtone jongeren zelf”, vindt Najim Einauan, coördinator van het Platform Allochtone Jeugdwerkingen. Jeugdwerk ontstaat waar jongeren samenkomen. En jongeren komen samen omdat ze gemeenschappelijke interesses hebben. Daar is niks mis mee.
Daarnaast blijft het nodig dat het traditionele jeugdwerk zich aanpast aan de diverse samenleving. Pepijn Debosscher van de jeugddienst Gent ziet dat de meest toegankelijke jeugdwerkvormen nu al divers zijn: “Het speelpleinwerk, de WMKJ’s (werkingen voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren) en de jeugdhuizen bereiken nu al een divers publiek.”
Hoewel inclusief werken een streefdoel mag zijn, moeten we niet overdrijven. “We moeten af van het idee dat we perse alle jongeren moeten bereiken”, stelt Debosccher. “We moeten onszelf geen schuldgevoel aanpraten omdat we niet allemaal allochtone jongeren over de vloer krijgen.”
Over de beleidsdomeinen heen
Het jeugdwerk evolueert. Maar het beleid is nog niet aangepast aan de maatschappelijke tendensen. Allochtone jeugdwerkorganisaties passen niet zomaar in subsidiereglementen zoals die nu bestaan. Ze krijgen onvoldoende ondersteuning voor hun brede werkingen, waarin er vaak geen onderscheid gemaakt wordt tussen jeugdwerk, onderwijs, sport of welzijn.
Op politiek vlak – zeker wanneer het gaat om geld – wordt dit onderscheid echter wel gemaakt. Het resultaat is dat vele jeugdwerkingen nu geen erkenning of middelen krijgen. Dat Vlaanderen nu eenzelfde minister heeft voor de beleidsdomeinen jeugd én onderwijs, brengt volgens Dirk Moors, kabinetschef van minister Pascal Smet, kansen met zich mee: “De minister voelt de drang om de schotten tussen jeugd en onderwijs weg te werken.”
Ook Bruno De Lille, staatssecretaris van Groen! in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vindt dat er over de beleidsdomeinen heen gewerkt moet worden. “Als overheid, moeten we de soepelheid hebben om ons open te stellen. We moeten verenigingen ondersteunen voor wat ze doen, niet voor wie ze zijn.” Hij pleit daarom voor een éénloketsysteem: “Een jongere moet op één plek subsidies kunnen aanvragen. De overheid moet zelf maar zien uit welk potje het geld komt.”
Formaat Plus is alvast hoopvol. Uit de debatten bleek dat zowel de jeugdwerksector als de politiek de visie van de organisatie delen. Formaat Plus wil er samen met andere partners binnen het jeugdwerk voor zorgen dat de jongerenwerkingen alle kansen en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om zich verder te profileren binnen een open en divers jeugdwerk.
Persinformatie
Journalisten kunnen voor meer informatie of een reactie terecht bij Gerd Vanmeenen (0472 45 41 45), coördinator van Formaat Plus.